woensdag 29 juli 2015

Beklemmende Beloftes

Beloftes die beklemmend zijn


Soms krijg ik een cliënt die een belofte heeft gedaan bij het sterfbed van zijn vader of moeder.
Vaak komt er bij de eerste sessie al schuld, schaamte, schande en verdriet naar boven. En er zijn veel onbeantwoorde vragen. Heeft hij zich wel goed genoeg aan deze belofte gehouden?
Nog steeds is er de hunkering naar de goedkeuring van de -reeds-  overleden ouder. 
Sommige ouders vragen veel van hun kinderen, téveel soms.  Ze willen zélfs over hun graf heen nog regeren. Dat zal menigeen die nét na de oorlog geboren is niet vreemd in de oren klinken. Je moest nu eenmaal gehoorzamen en niet teveel vragen stellen.
Onbewust onverwerkte zaken die vastzitten in het lichaam, daar kan je het letterlijk benauwd van krijgen. Je kunt pijn bij je hart krijgen, maagpijn, hoofdpijn of andersoortig lichamelijke klachten, waarvan je meestal niets snapt. De huisarts kan dan medicijnen voorschrijven.  Ze dempen het probleem in ieder geval wel, maar of ze helpen? Want medicijnen dempen ook jouw blije gevoelens.

Meteen bij een eerste sessie blijkt dat er nog veel energie van die overheersende ouder zit. Dat koppelen we los, tillen het eruit. En werken ermee. Dat heet energetisch werken. Het mijn van het dijn scheiden.
Zijn jouw ouders schuldig? Nee, want ouders doen het zoals zij het kunnen. En soms ontdekken ze vlak voor hun dood dat dit niet voldoende was.  Wanneer jij als kind betrokken werd in zaken die zij in dit leven niet zelf opgelost konden krijgen, is dat verdrietig. En soms snap je er zelf niets van omdat het een ónbestemd gevoel is geworden.

Maar moet je zulke beloftes –meestal op het sterfbed- wel waarmaken? Want, kun je ze nakomen als je ouder overleden is? Doe je daadwerkelijk wat je beloofd hebt? Of wordt het een obsessie die je boven het hoofd groeit.

Menig cliënt verlaat verlicht mijn therapiekamer met de vraag : “Was het al zo licht buiten?”


Laura Daggers Regressiecoach Hoofddorp 

zondag 7 juni 2015

Heb jij ook van die gemene ouders?

De menselijke soort vermenigvuldigt zich nog steeds
Dús zullen er altijd ouders zijn. Dít is een onuitroeibaar gegeven. En kinderen maken zich het leefpatroon van de ouders eigen. Ouders zijn meestal grote mensen die kinderen opvoeden. Het zijn grote mensen die vaak zelf een beschadigd angstig kind in zich dragen. Maar zíj gaan het opvoeden beter doen. Veel beter. Liefst niet zoals hún ouders dat deden!
Ouders doen de meeste dingen goed, maar ook wel eens iets fout.
Ouders zijn gewone mensen. Ouders leven zoals zij het kunnen. Toen ik pas een opleiding voor therapeut begon, dacht ik dat ik lieve ouders had.
Ik vond mezelf een zondagskind en zoals mijn zus altijd zei:
‘’Wij hadden fantastische ouders’’

Wanneer er in een leervak een situatie uitgediept werd die leek op soortgelijks uit mijn jeugd, kon het zijn dat ik er letterlijk ziek van werd. Zo ontstonden er rode vlekken op mijn huid. Vaak voelde ik me misselijk, draaierig, of opgeblazen. Ook kreeg ik maagzuur of diarree. Angst en machteloosheid kwamen om de hoek kijken.

Mijn lichaam kwam in de alarmfase.
Toen ik middenin de opleiding zat, ontdekte ik dat ik afschúwelijke ouders had. En luisterde ik naar mijn medeleerlingen, dan rees bij mij de vraag; bestaan er eigenlijk wel goede ouders? Ouders kwamen in een kwaad daglicht. En mét hen ook de anderen uit mijn jeugd.
Om bij mijn moeder te beginnen, ze was dominant, en mijn vader liet dat toe
Maar hij werd gezien als een lieve zachtaardige man, die als hij met iemand ruzie gemaakt had, de ander links liet liggen. Wanneer hij zijn baas om opslag vroeg en dat werd geweigerd, veranderde hij van werkgever. De weg van de minste weerstand, koos hij. Van mijn ouders heb ik hun onderdanigheid en gehoorzaamheid meegekregen.

Ik richtte mijn leven in zoals dat van mijn vader. Zodat er een steeds veranderend bestand van vrienden en vriendinnen is. Want, nadat ik er ruzie mee gemaakt heb, wil ik ze nooit meer zien. Vanwege het geloof in mijn opvoeding heb ik niet geleerd hóe te discussiëren. Geloven was incasseren. Ik heb geleerd andermans waarheid in te slikken. Letterlijk. Iedere mening was beter dan de mijne. Die van mijn moeder, vader, juf, meester, tantes, ooms, oma en opa en de dominee.
Andermans ‘’beterweter’’ als waarheid aannemen, is iets wat ik lang gedaan heb. Iets wat me jarenlang maagzuur, angst, machteloosheid en hartkloppingen opleverde.
Later kwam de lusteloosheid en de depressie er bij.

Gezond verstand is dé collectie vooroordelen die je verzameld hebt voordat je achttien was, zei Albert Einstein ooit.
Tja, en dan bén je volwassen, tenminste je lichaam is volwassen. Daarbij zijn je ouders na je twintigste je medemens. Maar hoe ís het om als volwassene te leven te werken, of te reageren.

Hoe is het om gelukkig te zijn?
Soms zijn ouders nog niet volwassen
Meestal eigenlijk niet.

Je hebt ouders die je slaan of je liefkozen. Ouders die je nooit aanraken.
Of ouders die je wel aanraken en dan weer teveel en op verkeerde plekken. Ouders die je beschermen tegen de buitenwereld, die je beschermen tegen je eigen binnenwereld. Zodat je je niet verder kunt ontwikkelen. Ouders waarvan je niets mag, niet buitenspelen, omdat je kleren vies worden. Niet binnen spelen, niet ‘’zo’n leven maken ‘’, niet naar balletles, niet naar paardrijden. Je hebt ouders waarvan je niet naar die leuke club mag omdat er geen geld is, of omdat er geen tijd is, of gewoon omdat zíj het geen tijdsinvulling vinden. 

Of omdat ze gewoon geen zin hebben om jou ernaartoe te brengen. Je hebt ouders die wel van kinderen houden als ze klein zijn, maar als ze groter worden – iets waar jij niks aan kan doen – ineens niet meer van je houden. Je niet meer moeten. Omdat je dan een eigen mening hebt en lastige vragen stelt. Je hebt rijke ouders en arme ouders. Rijke hebben geld en arme hebben tijd. Tijd voor jou. 

Tijdens de opleiding heb ik geleerd dat door middel van therapie de voor het kind akelige gebeurtenissen vanuit het onbewuste naar het bewust-zijn komen.
Dingen die voor ieder opgroeiend kind ronduit slecht zijn. Dingen waarbij de ontwikkeling werd gestaakt, omdat het kind daarna moest overleven.
Omdat dit via therapie is blootgelegd, begrijpt mijn onbewuste dat het nu echt óver is. Het is bewust geworden. En de mensen die mij opgevoed hebben? Die hebben het gedaan zoals zij dat konden. En zoals mijn zus al zei: “Het waren fantastische ouders!"
 www.lauradaggers.nl 

Copyright Laura Daggers-de Koning 

zondag 9 november 2014

Als een kind zegt dat hij hier niet ''thuishoort'' dan laat hij zich...

The Science of Reincarnation | The University of Virginia Magazine

Jim Tucker, psychiater geeft zijn leven invulling door de verhalen van kinderen na te trekken,
die beweren dat ze in een vorig leven die éne man of vrouw waren.
Hij doet dit heel waarheidsgetrouw. Want kinderen tot zo ongeveer acht jaar hebben de herinneringen
nog vers in het geheugen. Daarna verdwijnt het.


Wanneer een kind zegt, dat hij hier niet ''thuishoort'' dan laat hij zich de weg wijzen,
waar het kind dan wél thuishoort.

Verbazingwekkend is het wanneer zo'n kind het koosnaampje weet van de vrouw waar
hij mee getrouwd was. En helemaal wanneer hij degene aanwijst door wie hij vermoord is.
Ook wil het kind nog wel eens geheime laadjes in een kast aanwijzen, waarin dan hij destijds, voor
zijn dood iets heeft opgeborgen.
Jim Tucker gaat niet zomaar over toe het opschrijven van een ''case''.
Hij doet gedegen research, zoals zijn voorganger Ian Stevenson.



Laura Daggers-de Koning

Regressie en reincarnatietherapeut in Hoofddorp  sinds 2010



dinsdag 21 oktober 2014

Tederheid

Hij kleedt haar uit en laat haar groene overjas uitgewaaierd op de grond liggen. Ze laat hem begaan, maar je merkt dat zij hem liever zelf uitdeed. Hij, die dit doet, is mijn lief. Hij behandelt haar met zorgvuldigheid. Hij móet haar in haar waarde laten. Ook ík wil dat graag. Met zijn zachte handen doet hij ‘the easy touch’. Als een door mannenhanden voor het eerst ontbloot jong meisje, toont ze zich schuchter, een soort van verlegen. Mijn lief doet dit jarenlang. Dit jaar viert ze haar éénentwintigste lente. Soms doet hij het twee keer per jaar. Bloedmooi schittert ze dan. Ze laat het toe. Wíl het ook. Eigenlijk moet het ook. Voor beiden zit er zeker een ‘moeten’ in. Ze moet zich door hem laten nemen, is geheel afhankelijk van zijn luimen. Het is niet zo, dat ik het haar niet gun. Maar ik blijf gemengde gevoelens houden, omdat het me elke keer pijn doet. Want dingen gaan stuk. Iedere keer een beetje meer wordt er iets ván, en iets in mij vertrapt. Toch zal ik hem gewoon z'n gang laten gaan, omdat ik weet hoe hij er van geniet. Na elke beurt ziet ze er mooier, sterker, fitter en zelfverzekerder uit. Hij doet er lang over, want hij is een secure man. Nadat hij klaar is met haar, strelen zijn handen haar in een laatste liefkozing. Ze laat hem, ook al weet ik dat ze vindt dat het nu genoeg is. Dat hij minstens tot volgend jaar wachten moet, voordat ze zich weer zo gewillig aan hem geeft. Het is gek, maar erná komt mijn lief altijd weer bij mij terug. Dan kook ik een maaltijd die hij alsof hij uitgehongerd is met smaak verorbert. Dit is ons ritueel. Moe en rozig staart hij daarna wazig voor zich uit. Zijn blik op mij gericht, smekend bijna. Want hij móet nog even bij haar langs. Trots stapt hij op haar af, loopt door de tuin en bekijkt de meterslange leylandihaag die hij vandaag met de elektrische heggenschaar heeft geschoren. Die hij ontdeed van haar te dikke, ruige groene jas. Liefdevol strelen zijn vermoeid verkrampte handen de gladde haag. De tijdens het snoeien kapot getrapte planten zijn als stille getuigen. Hij is blij dat de klus weer geklaard is.

zondag 21 september 2014

Aankomen

Omdat ik een mager spichtig kind was, deed mijn moeder er alles aan om mij vet te mesten. ‘Beetje meer spek’, was haar motto. We woonden op het platteland en van de boer naast ons, kregen we elke dag een emmertje melk. Van de dikke laag room die zich erop vormde maakte ze boter. Ze besmeerde onze boterhammen er royaal mee. Ik deed mijn best er zoveel mogelijk van te eten, echt waar. De avondmaaltijd was ook geen feest. Draderige bonen of de grof gesneden andijvie bleven halverwege mijn keel hangen. Mijn moeder hield van schoonmaken, niet van koken. En dat was te proeven. Omdat ik haar vieze rijstepaptoetje niet lustte roerde ze - om mij tegemoet te komen - er een extra schepje suiker door. En nóg een. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik geen rijst meer lust. Zelfs geen rijstevlaai. Ach, mijn moeder, ze was een vrouw die het beste met haar kinderen voor had. Ze hield van ons. Toen ik vijftien was had ik maatje vierendertig. Als een Twiggy - in die tijd dé mode - huppelde ik rond. Vanwege de kilometerslange fietstochten naar school in de altijd winderige polder was ik een mager kind met gespierde benen en billen, plus een stel stevige fietskuiten. Voor háár was ik een mager resultaat. In die tijd flierefluiterde ik met verschillende vriendjes. Er zat er altijd wel eentje bij die van fietskuiten of gespierde billen hield. Op de Mulo droeg ik een houthakkersblouse, zo eentje met rode, zwarte en witte blokken en een Roy-Rogers spijkerbroek met kontzakken die voor meer volume van mijn achterste moesten zorgen. Daaronder de rode ribfluwelen schoenen. Dat was mode in die tijd. Na mijn eindexamen - toen ik zestien was - kwam de maat zesendertig. De tijd was aangebroken dat ik de maatschappij inging. Ik kreeg een echte baan en een echte vriend. Mét baard en snor. Maar soms is liefde zó raar! Terwijl mijn vriend ging schaatsen, kreeg ik de opdracht van zijn moeder - die coupeuse was - geertjes, naadjes en ritsen in een kledingstuk te naaien. En ik, ik genoot ervan. Maakte mijn eerste broekpak. Op mijn zeventiende viel mijn oog op een andere jongeman. Tegelijk met mijn nieuwe verkering ontwaakte mijn belangstelling voor het winkelen. Mijn nieuwe verloofde ging met me mee de stad in. “Énig”, riep de vrouw in een Albert Cuyp-winkel, toen ik in een mini-jurk de paskamer uitkwam. Geschrokken, door zoveel enthousiasme vluchtte ik de winkel uit. Twee kramen verder kocht ik een lapje stof voor twee gulden vijftig en maakte thuis zo’n zelfde jurkje. Zo ontdekten mijn nieuwe liefde en ik hoe we geld konden uitsparen. Ook voor hem naaide ik pantalons, jassen en overhemden. En hij, hij was een handige klusser. Wat zijn ogen zagen maakten zijn handen. Zo zetten we samen de traditie van het ‘spekken’ voort. Hoewel het hier onze portemonnee betrof. Jarenlang maakte ik creatieve kleding. Mensen vroegen me vaak in welke boetiek ik die mooie jas of jurk toch had gekocht. Tot op zekere dag de gemaakte kleding me niet meer stond! Of me niet lekker meer zat. De naadjes puilden. De geertjes moesten worden uitgelegd. De ritsen stonden op knappen. Ik kwam erachter dat ik een maatje meer had. Maat twee en veertig had ik en werd er ongelukkig van. Mijn moeder daarentegen genoot. Toen kwam de overgang. Die leverde me nog een extra maat op. Na veertig jaar is de wens van mijn moeder vervuld. Eindelijk. Af en toe heb ik zelfs maat vierenveertig! Twintig kilo spek erbij. Steeds meer Laura. Het woord ‘énig’ heb ik de laatste jaren van geen enkele verkoopster meer gehoord. Meestal is ze blij wanneer ik - zelfs zonder iets te kopen - vertrek. Zodat ze de stapel broeken die ik paste eindelijk kan opruimen. Vooral dij en zij zitten in het spek bij mij. Uiteindelijk heeft moeder haar doel bereikt. Fietstassen noemen de Fransen het extra spek op je dijen. En de wetenschap vertelt dat ik bij voedselschaarste, ziekte en andersoortig rampen tegen een extra stootje kan. Ik vind het een schrale troost.

dinsdag 16 september 2014

Uit liefde

Geïnteresseerd kijkt de bejaarde Willem in de winkel rond. De koopwaren zijn hem onbekend, hij wist niet dat er zoveel keuze was hierin. Alles wat hij ziet zag hij nog niet eerder, kent hij niet. Wat zal hij voor haar uitkiezen? Wanneer hij de winkelier vertelt dat dit het laatste geschenk voor zijn vrouw is, fronst deze alleen maar. Willems ogen dwalen rusteloos langs de uitgestalde waren. Hij pakt er eens eentje op, bevoelt het aan alle kanten. Na zijn uiteindelijke keus blijft hij met zijn hoofd een tijdje knikken. Hij kijkt hoe de man achter de toonbank met trage bewegingen zijn cadeau inpakt. Dit is een goede keuze, jazeker. Opgelucht stapt hij de winkel uit en wandelt de straat van de grote stad in. Zijn lippen krullen zich in een weemoedige glimlach als zijn vingers over de vorm van het geschenk glijden, dat hij onderin de boodschappentas gedaan heeft. Hij verstopt het onder de schone was voor zijn liefste. Zij die na een ongelukkige val met een gebroken heup in het ziekenhuis terecht gekomen is.

Omdat hij nog tijd genoeg heeft, loopt hij door naar het stadspark dat rondom een meertje ligt. Vandaag jaagt de wind de wolken in snelle vaart de lucht door. Vanuit de verte ziet hij een lege bank met uitzicht over het water. Hij versnelt zijn pas, maar als hij even later hijgend aankomt, is de bank al bezet. Hij aarzelt en houdt zijn pas in. “Have a seat”, zegt de andere man. “Thank you”, antwoordt Willem. “Mehmet Albayrak, pleased to meet you”. “Willem Hoogstra, thank you”. Kort schudden ze elkaar de hand. Mehmet vertelt dat hij Armeniër van geboorte is en sinds een aantal maanden politiek vluchteling hier. Hij is van middelbare leeftijd. Zijn glad achterovergekamde haar licht als een donker glanzende helm op in de zon. Nogmaals maakt hij een kort uitnodigend gebaar, waarna de oude man plaatsneemt. Mehmet vertelt Willem dat hij de Nederlandse taal moet leren. En dat hij vanmorgen de opdracht kreeg een gesprek met iemand op te nemen. Mag dat? Willem knikt een paar keer. Hij lijkt afwezig. Dan haalt hij een pakje sigaretten uit zijn borstzak en houdt dat de ander voor. In de seconde van het vuurtje blikken ze elkaar kort in de ogen. Onhandig frommelt Willem het pakje terug in zijn borstzak. Zwijgend inhaleren de mannen. Willem staart naar zijn schoenen, slaakt een diepe zucht. Dan, eerst nog haperend, vormen zijn woorden zich tot zinnen. Mehmet luistert naar de vreemde keelklanken. Hij kan er nog maar niet aan wennen. Willems ogen vertellen een verhaal, waarbij zijn hele lichaam meedoet. Zijn voeten bewegen in danspasjes en zijn armen wapperen. Vreugde en verdriet tonen zich afwisselend in de groeven van zijn gezicht. Geïnteresseerd in zoveel dramatiek, is dit een Hollander, luistert Mehmet aandachtig. De mond van Willem beeft, zijn adamsappel trilt. Tranen rollen over zijn wangen. Levenslust en verdriet wisselen elkaar af. Ah, eindelijk verstaat hij een paar woorden “God, oh God”. Snikkend gaat de oude man verder, vouwt zijn lichaam in elkaar. Met geknikte knieën en gespreide armen richt hij zich weer op. Smekend komen zijn laatste woorden en eindigen in een angstige fluistering. Uitgeput laat hij zich weer op het bankje vallen. Zwijgend zitten ze nog een half uurtje samen. Dan pakt Willem zijn tas, groet de ander en loopt richting ziekenhuis. De volgende dag als Mehmet op school komt, is hij de enige met een opname. De anderen is het niet gelukt een Nederlander te interviewen. De juf zucht en vraagt of ze wel genoeg hun best gedaan hebben. Morgen wil ze de andere verhalen horen, eindigt ze streng. Dan klinkt Mehmets verhaal door het lokaal. “Mijn vrouw is gevallen en heeft haar heup gebroken. Die goddelijke heupen waar ze jarenlang zo sierlijk de tango mee danste. Haar slanke lijf met de soepele rondingen dat me volgde bij elke wending en draaiing, hoe moeilijk ik het haar ook maakte. Mijnheer, net zoals de tango was ons huwelijk. Aantrekken en afstoten. Trots schitterde ze in haar vuurrode jurk met flonkerende pailletten in onze vurige dans onder de kroonluchters. In de grootste danszalen van de wereld. Ik zie nog hoe ze haar glanzend gitzwarte haar met een ruk achterover gooide. De lichamelijke uitputting en de verrukking aan het eind van de dans is onbeschrijflijk. Mijn partner en mijn liefste”. Even hapert de stem van Willem hier. “Maar drie jaar geleden werd ze ziek en haar lichaam takelde steeds verder af. Daar kwam nog eens bij dat ze vorige week gevallen is, daardoor is het allemaal nog erger geworden. Ze ligt in het ziekenhuis. Het Alzheimer-monster dringt zich aan ons op. Natuurlijk wisten wij het samen wel en dachten er wel mee om te kunnen gaan. Maar het personeel hier heeft me verteld dat ze naar een verpleeghuis moet.

Om haar in het ziekenhuis te bezoeken, dat is zo erg. Ik zie hoe ze gilt van angst en wild om zich heen slaat, als de verpleegsters haar ophalen voor een prik. Elke dag wil ik bij haar zijn, ook al herkent ze me soms niet meer. “Dag mijnheer” zegt ze dan. Maar eigenlijk is het nog veel erger als ze me wel herkent. “Kom je me halen? Wacht, ik zal gauw mijn koffer inpakken, ik wil graag met je mee naar huis”. Zo'n vraag snijdt door mijn ziel, dan ga ik dood van ellende. Het is alsof ik haar zie verdrinken en haar niet kan na springen. En dan dat schuldgevoel. Dat knaagt en verdwijnt alleen na een flink aantal borrels. Want ik kan haar niet helpen, en ze drijft steeds verder van me af. Mijn hele leven ben ik een trouwe kerkganger geweest. Maar kerk en paus, zij weten ook geen oplossing. Dus heb ik alles uitgelegd aan God, wel duizend keer! Ik hoop zó dat hij begrijpt, dat ik het pistool wel móest kopen. Want weet u, ik deed het uit liefde. En zij is nu bij hem en ik? Ik kom ook gauw”.

Voor het verhaal ‘’Uit Liefde”, heb ik een krantenartikel gebruikt. Ik heb me laten inspireren door een krantenartikel van 03-12-2007 “Italiaan verlost vrouw uit lijden met drie schoten”. Hij zegt dit uit liefde te hebben gedaan. Vitelangelo Bini 77 jaar, zei: “Ik kon het niet meer aan, zoveel leed”. Tegen de politieagenten zei hij: “Ik zal haar gauw bereiken.” Zijn echtgenote Maria Tani lag in Prato in een ziekenhuis. Vooral in Italië is euthanasie door de sterke invloed van de rooms-katholieke kerk verboden.

Ik ben Laura Daggers-de Koning regressie en reïncarnatietherapeut sinds 2010 maar ik schrijf ook graag verhalen.

Je kunt me boeken voor de lezing “Regressietherapie de missende link tussen psycholoog psychiater en coach’’.